Q8 tempo oil banner

 

Rugbyspeler Seppe Spoormakers maakte succesvolle comeback na 1,5 jaar inactiviteit door een verbrijzeld dijbeen…

Rugbyspeler Seppe Spoormakers maakte succesvolle comeback na 1,5 jaar inactiviteit door een verbrijzeld dijbeen…
Stormram Spoormakers vliegt erin! Credits Lorre Lupini

Leuvense rugbyspeler Seppe Spoormakers (20) maakte voorbije speeldag zijn comeback na anderhalf jaar afwezigheid op een rugbyveld. Ongeveer anderhalf jaar geleden verbrijzelde hij zijn dijbeen op skivakantie. Momenteel speelt hij zijn favoriete sport met een staaf vanaf de linkerheup tot in de knie en acht stukken bot die met ijzerdraad aan mekaar zijn gezet. Bij zijn terugkeer in de kleuren van zijn geliefde Rugby Club Leuven won hij in tweede divisie met 14-43 op het veld van Mechelen, hij scoorde zelfs een try.

Spoormakers begon op zijn negende met rugby.

“Uiteraard speel je als jeugdspeler niet specifiek op één positie. Ondertussen evolueerde ik in een fly-half ofte de nummer tien van het team.”

Op skivakantie in het Franse Vars la Forêt Blanche – Hautes Alpes gebeurde het ongeval dat hem anderhalf jaar van een rugbyveld hield.

“Ik verbrijzelde mijn dijbeen bij een ski-ongeluk. Ik wou een vriend die op grond zat een poets bakken en al stoppend de sneeuw in zijn gezicht doen belanden. De locatie waarop ik dat deed was jammer genoeg een grote ijsplek. Daardoor kwam ik met volle snelheid naast de skipiste terecht en viel diep naar beneden. Pas tweehonderd meter lager lag ik stil. Mijn vrienden zagen onmiddellijk dat het ernstig was en verwittigden de hulpdiensten. Ik werd per ziekenwagen en daarna met de helikopter naar het ziekenhuis in Gap overgebracht, daar herinner ik me al bij al weinig van, misschien maar goed ook”, besefte de ongewilde brokkenmaker. “In het ziekenhuis zelf dacht ik dat ze wel wat ervaring gingen hebben met de gevolgen van ski-ongevallen. Daar zat ik goed naast. Ze hadden zelfs zoiets nog nooit gezien, enkelen geneeskundigen vroegen zich zelf luidop af of het nog ooit ging goed komen met mij, allesbehalve bemoedigend. Dan lig je daar, verdoving of niet, met een klein hartje. Mijn dijbeen was door de klap in acht stukken gebroken.”

De eerste operatie in Gap bleek niet goed uitgevoerd te zijn.

Belgische artsen die de röntgenfoto’s te zien kregen, raadden Spoormakers aan zo snel mogelijk om zo snel mogelijk de operatie over te doen om zijn been te redden. Een week na het ongeval keerde hij per ambulance terug naar Leuven en werd meteen opgenomen in Gasthuisberg.

“Door een ontsteking in het geopereerde been, moest ik nog twee weken in het ziekenhuis blijven voor ik opnieuw kon worden geopereerd. De chirurg in Gap had enkel een staaf geplaatst langs de stukken bot, maar het dijbeen niet opnieuw aan elkaar gepuzzeld. Professor Metsemakers deed dat wel. Hij zette de stukjes bot opnieuw aan elkaar met ijzerdraad en verstevigde alles met een extra lange staaf, van heup tot knie.”

Zijn revalidatie verliep stap voor stap.

“Na twee rugbygerelateerde ontwrichte schouders, wist ik ondertussen wel wat revalideren betekende. Specialisten vertelden me naderhand dat ik geluk had dat ik op jonge leeftijd dit had meegemaakt en dat het wel grotendeels zou herstellen. In het begin voelde de linkerheup nog relatief zwak aan. Na één jaar voelden knie en heup al relatief stevig aan en was ik zo goed als mobiel. Een volledige kleermakerszit is het enige wat ik tot op de dag van vandaag niet kan doen”, wist de stilaan kloeke jongeman uit Kessel-Lo. “Als ik door de metaaldetector moet om bijvoorbeeld de Verenigde Staten binnen te raken, zal ik het één en ander mogen uitleggen, vrees ik.”

De hinder op het veld van Mechelen bleek gelukkig nihil te zijn.

“Ik was op voorhand wat zenuwachtig dat er wat pijn ging opspelen, maar dat was allesbehalve het geval. Ik voelde me geweldig en bevrijd. Ik realiseerde één try en op defensief vlak trok ik mijn plan. Dat we dat bonuspunt nog pakten, was perfect. Na een heenronde met zeven zeges op negen wedstrijden, gaan we nu voor acht winstmatchen op negen. Ik bekijk Coq Mosan en Charleroi als de gevaarlijkste klanten. Van Coq Mosan namen we tijdelijk de leiding over, we speelden net een wedstrijd meer”, vertelde de prille twintiger. “We hebben vele spelers met internationale ervaring verkregen en komen zo als geheel sterker naar voren. Het niveau steeg aanzienlijk. De match op Mechelen was de enige match van voorbije speeldag die op de daartoe voorziene datum plaats kon vinden. De rest werd door corona afgelast. Net als onze volgende match tegen de rechtstreekse concurrenten van Black Star Charleroi, trouwens. We hebben ondertussen ook een aantal coronabesmettingen in het team. Momenteel moet ik er nog wat terug inkomen, maar de match op Mechelen was een goede oefening om stilaan weer in de eerste ploeg van Rugby Club Leuven te groeien. Als het even kan zou ik gaarne met hen naar topdivisie promoveren”, besluit de student die in zijn slotjaar bachelor lager onderwijs aan de Brusselse hogeschool Odisee zit.

Geef een reactie